Jaarrekening

6.1 Balans per 31 december 2017

(na resultaatbestemming)        
  Ref. 31‑dec‑17   31‑dec‑16
    € 1.000   € 1.000
ACTIVA        
         
Vaste activa        
Materiële vaste activa 1 58.035   61.125
Financiële vaste activa 2 1.075   3.283
Totaal vaste activa   59.110   64.408
         
Vlottende activa        
Voorraden 3 35   74
Vorderingen en overlopende activa 4 2.181   1.341
Vorderingen uit hoofde van financieringstekort WLZ 5 260   156
Liquide middelen 6 8.618   8.563
Totaal vlottende activa   11.094   10.134
         
Totaal activa   70.204   74.542
         
         
         
PASSIVA        
         
Eigen vermogen        
Bestemmingsfonds aanvaardbare kosten 7 13.879   13.338
         
Voorzieningen 8 3.338   5.503
         
Langlopende schulden 9 33.300   37.342
         
Kortlopende schulden        
Kortlopende schulden en overlopende passiva 10 19.687   18.359
Totaal kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)   19.687   18.359
         
Totaal passiva   70.204   74.542
         

6.2 Resultatenrekening over 2017

  Ref. 2017   2016
    € 1.000   € 1.000
         
BEDRIJFSOPBRENGSTEN        
         
Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning 11 84.566   83.676
         
Subsidies (exclusief WMO en Jeugdwet) 12 199   307
         
Overige bedrijfsopbrengsten 13 963   853
         
Som der bedrijfsopbrengsten   85.728   84.836
         
         
BEDRIJFSLASTEN        
         
Personeelskosten 14 59.015   61.237
         
Afschrijvingen vaste activa 15 6.099   6.551
         
Bijzondere waardeverminderingen vaste activa 16 0   308
         
Overige bedrijfskosten 17 18.971   18.784
         
Som der bedrijfslasten   84.085   86.880
         
BEDRIJFSRESULTAAT   1.643   ‑2.044
         
Financiële baten en lasten 18 1.102   1.473
         
RESULTAAT BOEKJAAR   541   ‑3.517
         
         
         
Resultaatbestemming        
Bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten   541   ‑3.517
         
    541   ‑3.517
         

6.3 Kasstroomoverzicht

  Ref.   2017     2016
      € 1.000     € 1.000
             
             
Bedrijfsresultaat     1.643     ‑2.044
             
Aanpassingen voor:            
- afschrijvingen excl. boekwinst/verlies 15 6.040     6.551  
- overige waardeverminderingen 16 0     308  
- mutaties voorzieningen 8 ‑2.165     2.423  
      3.875     9.282
             
Mutaties in werkkapitaal:            
- voorraden 3 39     40  
- vorderingen 4 ‑840     646  
- vorderingen/schulden u.h.v. financieringstekort resp. overschot WLZ 5 ‑104     ‑176  
- kortlopende schulden (excl. schulden aan kredietinstellingen) 10 328     1.312  
      ‑577     1.822
             
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     4.941     9.060
             
Betaalde rente 18 ‑1.127     ‑1.501  
Ontvangen rente 18 25     28  
      ‑1.102     ‑1.473
             
Kasstroom uit operationele activiteiten     3.839     7.587
             
             
Verwerving deelneming 2 0     ‑75  
Ontvangen uit langlopende vorderingen 2 0     2.000  
Investeringen materiële vaste activa 1 ‑2.519     ‑4.518  
Desinvesteringen materiële vaste activa 1 777     337  
             
Kasstroom uit investeringsactiviteiten     ‑1.742     ‑2.256
             
             
Nieuw opgenomen leningen 7.8 0     75  
Aflossing langlopende schulden 7.8 ‑4.042     ‑12.658  
Kortlopend bankkrediet 7.5 2.000     0  
             
Kasstroom uit financieringsactiviteiten     ‑2.042     ‑12.583
             
Mutatie geldmiddelen     55     ‑7.252
             
             
Recapitulatie            
Saldo liquide middelen per 1 januari     8.563     15.815
Saldo liquide middelen per 31 december     8.618     8.563
             
Mutatie in het boekjaar     55     ‑7.252

6.4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Algemeen

Algemene gegevens

Zorginstelling Vanboeijen is statutair en feitelijk gevestigd te Assen, op het adres Eemland 1. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41186587. De belangrijkste activiteiten zijn het zorg en ondersteuning bieden aan mensen met een verstandelijke handicap.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2017, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2017.

Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de regeling verslaggeving WTZi, de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving RJ 655, titel 9 BW2 en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

De cijfers over 2016 zijn geherrubriceerd teneinde vergelijkbaarheid met 2017 mogelijk te maken. Het betreft de volgende herrubriceringen: herrubricering van het kasstroomoverzicht en de herrubricering van de reservering sloopkosten naar de voorzieningen.

Continuïteitsveronderstelling

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Segmentering

In de jaarrekening is geen nadere segmentatie van de resultatenrekening opgemaakt aangezien Vanboeijen alleen in het segment gehandicaptenzorg actief is.

Verbonden partijen

Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.

Stichting Vrienden van Vanboeijen is conform art 7 lid 6 Regeling verslaglegging WTZi niet geconsolideerd.

Lees meer

Grondslagen van waardering van activa en passiva

Activa en passiva

Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen historische kosten. Toelichtingen op posten in de balans, resultatenrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Vanboeijen zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting.

Indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen.

Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

Presentatie- en functionele valuta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat tevens de functionele valuta is van Vanboeijen. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De waarderingsgrondslagen van de voorzieningen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen.

Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten aandelen, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. Vanboeijen maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten en houdt geen handelsportefeuille aan.

Financiële instrumenten worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien instrumenten niet zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten bij de vervolgwaardering gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening. Eventueel worden direct toerekenbare transactiekosten verwerkt in de resultatenrekening, tenzij hierna anders beschreven.

Lees meer

Verstrekte leningen en overige vorderingen

Verstrekte leningen en overige vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de resultatenrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

Investeringen in eigenvermogensinstrumenten zonder beursnotering

Beleggingen in aandelen zonder beursnotering worden na eerste opname tegen kostprijs of lagere marktwaarde gewaardeerd. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie investeringen in eigenvermogensinstrumenten zonder beursnotering behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de resultatenrekening verwerkt.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Saldering van financiële instrumenten

Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Financiële vaste activa

Vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde, vermeerderd met direct toerekenbare transactiekosten. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De grondslagen voor de overige financiële vaste activa zijn verder opgenomen onder het hoofd Financiële instrumenten.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De bedrijfsgebouwen en -terreinen, machines en installaties, andere vaste bedrijfsmiddelen en materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met eventueel ontvangen subsidies, de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de gebruiksduur. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling, bij afstoting of volledige afschrijving.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. Ter zake van verwachte kosten van periodiek groot onderhoud aan gebouwen, installaties e.d. wordt een voorziening gevormd. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en bedrijfswaarde.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als een last aangemerkt in de resultatenrekening. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van het desbetreffende actief niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepalend zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs bestaat uit de verkrijgingsprijs, vermeerderd met overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten.

Vorderingen en schulden uit hoofde van financieringstekort respectievelijk -overschot WLZ

Een vordering uit hoofde van financieringstekorten of een schuld uit hoofde van financieringsoverschotten is het aan het einde van het boekjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget (artikel 6 Regeling verslaggeving WTZi). De waardering is beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Eigen vermogen

Binnen het eigen vermogen wordt onderscheid gemaakt tussen Bestemmingsreserves en Bestemmingsfondsen. Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan door de bevoegde organen van de Stichting een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan. Bestemmingsfondsen zijn reserves waaraan door derden een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan.

Aanwending van bestemmingsreserves en -fondsen

Uitgaven die worden gedekt uit bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen worden in de resultatenrekening verantwoord en via de resultaatbestemming ten laste van de betreffende reserve of fonds gebracht. Wijzigingen in de beperking van de bestemming van reserves welke door de daartoe bevoegde organen of instanties worden aangebracht, worden als overige mutatie binnen het eigen vermogen verwerkt.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante dan wel nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

Voorziening groot onderhoud

Een voorziening is gevormd voor verwachte kosten van periodiek groot onderhoud aan panden, installaties e.d. op basis van meerjarenonderhoudsplan. De uitgaven van groot onderhoud worden verwerkt ten laste van de onderhoudsvoorziening voor zover deze is gevormd voor de beoogde kosten. Indien de kosten van groot onderhoud uitgaan boven de boekwaarde van de voor het desbetreffende actief aangehouden voorziening, worden de (meer)kosten verwerkt ten laste van de resultatenrekening. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Voorziening persoonlijk budget levensfase (zonder toerekening aan jaren)

De voorziening persoonlijk budget levensfase (PBL) betreft een voorziening uit hoofde van een CAO verplichting in het kader van de overgangsregeling 45+. Het persoonlijk budget levensfase kwalificeert als een beloning met opbouw van rechten. De berekening is gebaseerd op de CAO-bepalingen, blijfkans en leeftijd. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Voorziening ziekteverzuim

De voorziening langdurig ziekteverzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurige ziekte. De voorziening wordt berekend over medewerkers die langer dan drie maanden aaneengesloten ziek zijn. Voor de verwachte toekomstige salarisbetalingen wordt rekening gehouden met de hoogte van het salaris en de individuele herstelkans. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Lees meer

Voorziening jubileumverplichtingen

De jubileumvoorziening wordt gevormd door de contante waarde van toekomstige jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd. De disconteringsvoet van 1,42% (2016: 1,24%) waartegen contant wordt gemaakt geeft de actuele marktrente weer.

Voorziening ORT verplichting

De voorziening is gevormd voor de kosten van de ORT verplichting tijdens vakantiedagen in de periode van 2012 t/m 2015. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Voorziening sloopkosten

De voorziening sloopkosten is gevormd vanwege een verplichting tot sloop van gebouwen als gevolg van een aangegane verkoopovereenkomst in 2016 van de grond. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Grondslagen van resultaatbepaling

Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en de lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben, uitgaande van historisch kosten. Verliezen worden verantwoord als deze voorzienbaar zijn; baten worden verantwoord als deze gerealiseerd zijn. Baten en lasten uit voorgaande jaren die in dit boekjaar zijn geconstateerd, worden aan dit boekjaar toegerekend.

Opbrengsten

De opbrengsten uit dienstverlening worden verantwoord naar rato van de verrichte prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum en in verhouding tot in totaal te verrichten diensten. Bij de berekening van het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten is geen rekening gehouden met de na-indexering.

De met de baten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord.

Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruitontvangen baten zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de stichting zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de stichting gemaakte lasten worden systematisch als baten in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de lasten worden gemaakt.

Personeelskosten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de resultatenrekening voorzover ze verschuldigd zijn aan werknemers, respectievelijk de belastingautoriteit. Voor de beloningen met opbouw van rechten worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen.

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

Pensioenen

Vanboeijen heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling op grond van de CAO GHZ. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Vanboeijen. De verplichtingen, die voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Vanboeijen betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. Vanboeijen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het voldoen van toekomstige premiebijdragen. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.

Leasing

De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij Vanboeijen is geen sprake van financiële lease.

Operationele lease

Als Vanboeijen optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake operationele leases worden lineair over de leaseperiode ten laste van de resultatenrekening gebracht.

Afschrijvingen

Boekwinsten en -verliezen uit incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.

Rentebaten en soortgelijke baten en rentelasten en soortgelijke lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva.

Lees meer

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.

6.5 Toelichting op de balans

6.5.1 Activa

1. Materiële vaste activa

1. Materiële vaste activa
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑17   31‑dec‑16
              € 1.000   € 1.000
                   
Bedrijfsgebouwen en terreinen             45.412   48.095
Installaties             6.875   7.249
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting             4.969   5.392
Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering             525   135
Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa             254   254
                   
Totaal materiële vaste activa             58.035   61.125
                   
Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             61.125   62.595
Bij: investeringen             2.519   4.518
Af: afschrijvingen             ‑4.832   ‑5.343
Af: bijzondere waardeverminderingen             0   ‑308
Af: desinvesteringen             ‑777   ‑337
                   
Boekwaarde per 31 december             58.035   61.125
                   
                   
Aanschafwaarde             86.595   87.533
Cumulatieve afschrijvingen             ‑28.560   ‑26.408
              58.035   61.125

Voor een nadere specificatie van het verloop van de materiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht vaste activa.

2. Financiële vaste activa

2. Financiële vaste activa
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑17   31‑dec‑16
              € 1.000   € 1.000
                   
Vordering compensatieregeling IVA             0   1.208
Overige deelnemingen             75   75
Overige langlopende vorderingen             1.000   2.000
                   
Totaal financiële vaste activa             1.075   3.283
                   
                   
Het verloop van de vordering compensatieregeling IVA is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             1.208   2.415
Bij: investeringen             0   0
Af: afschrijvingen             ‑1.208   ‑1.207
Af: desinvesteringen             0   0
                   
Boekwaarde per 31 december             0   1.208
                   
Het verloop van de overige deelnemingen is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             75   0
Bij: investeringen             0   75
Af: afschrijvingen             0   0
Af: desinvesteringen             0   0
                   
Boekwaarde per 31 december             75   75
                   
Het verloop van de overige langlopende vorderingen is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             2.000   2.000
Bij: investeringen             0   0
Af: waardevermindering             0   0
Af: herrubricering             ‑1.000   0
                   
Boekwaarde per 31 december             1.000   2.000

In 2012 is een aanvraag voor versnelde vergoeding van de IVA, de zogenaamde compensatieregeling, ingediend bij het NZa. De boekwaarde IVA had per ultimo 2012 een omvang van € 7,8 mln. Door de NZa is een bedrag van € 7,2 mln gehonoreerd en dit wordt vanaf 2012 in zes jaarlijkse termijnen afgeschreven.

In 2016 heeft Vanboeijen een 50% deelname verkregen in VIA Assen BV, gevestigd te Assen. Dit aandeel bedraagt € 75K en is overgenomen van de Stichting Vrienden van Vanboeijen, gefinancierd middels een achtergestelde lening met een looptijd van 10 jaren.

In 2014 is een deel van Park Diepstroeten in Assen verkocht aan projectontwikelaar Van Wijnen voor een bedrag van € 8 mln. Dit is in 2014 verwerkt als desinvestering van de materiële vaste activa. Van de grond is 75% inmiddels overgedragen. Het restant, ter waarde van € 2 mln, zal in 2018 en 2019 worden overgedragen. Hiervan is € 1 mln als langlopende vordering opgenomen.

3. Voorraden

3. Voorraden
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑17   31‑dec‑16
              € 1.000   € 1.000
                   
Voorraad drukkerij             35   45
Voorraad incontinentiemateriaal             0   29
                   
              35   74

Gedurende het boekjaar is ten laste van de resultatenrekening voor een bedrag van € 0 (2016: € 0) een voorziening wegens incourantheid gevormd.

4. Vorderingen en overlopende activa

4. Vorderingen en overlopende activa
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑17   31‑dec‑16
              € 1.000   € 1.000
                   
Vorderingen op debiteuren             479   705
Nog te vorderen WMO gelden             132   79
Nog te ontvangen Jeugdzorg gelden             38   37
Vordering levering grond Park Diepstroeten             1.000   0
Overige vorderingen             203   127
Voorschot vervoerders             92   92
Vooruitbetaalde crediteuren             77   270
Nog te ontvangen bedragen             160   31
                   
Totaal vorderingen en overlopende activa             2.181   1.341

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Op de vordering uit hoofde van debiteuren is een voorziening voor oninbaarheid ad € 18.000,- in mindering gebracht (2016: € 25.000).

Van de vorderingen en overlopende activa heeft € 92.000 een looptijd van langer dan 1 jaar (2016: € 92.000).

5. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot Wlz

5. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot Wlz
  t/m 2014   2015   2016   2017   totaal
  € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Saldo per 1 januari 0   0   156   0   156
                   
Financieringsverschil boekjaar 0   0   0   260   260
Correcties voorgaande jaren 0   0   0   0   0
Betalingen/ontvangsten 0   0   ‑156   0   ‑156
Subtotaal mutatie boekjaar 0   0   ‑156   260   104
                   
Saldo per 31 december 0   0   0   260   260
                   
Stadium van vaststelling:                  
Erkenning 300-211 c   c   c   a    
         
a= interne berekening                  
b= overeenstemming met zorgverzekeraars                  
c= definitieve vaststelling Nza                  
              31‑dec‑17   31‑dec‑16
               
Waarvan gepresenteerd als:                  
- vorderingen uit hoofde van financieringstekort             260   156
- schulden uit hoofde van financieringsoverschot             0   0
              260   156
                   
                   
Specificatie financieringsverschil WLZ in het boekjaar             2017   2016
              € 1.000   € 1.000
                   
Wettelijk budget aanvaardbare kosten WLZ             79.817   79.122
Af: ontvangen voorschotten             79.557   78.966
                   
Totaal financieringsverschil             260   156

De nacalculaties van de jaren t/m 2016 zijn volledig afgerekend met het NZa.

6. Liquide middelen

6. Liquide middelen
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑17   31‑dec‑16
              € 1.000   € 1.000
                   
Bankrekeningen             8.576   8.515
Kassen             42   48
                   
Totaal liquide middelen             8.618   8.563

6.5.2 Passiva

7. Eigen vermogen

7. Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:             31‑dec‑17   31‑dec‑16
              € 1.000   € 1.000
                   
Bestemmingsfondsen             13.879   13.338
Totaal eigen vermogen             13.879   13.338
                   
                   
Het verloop van de bestemmingsfondsen is als volgt:     saldo per 1-jan-2017   resultaat-bestemming   overige mutaties   saldo per 31-dec-2017
      € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten     13.338   541   0   13.879
      13.338   541   0   13.879

Het resultaat van het boekjaar is volledig toegevoegd aan de bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten.

8. Voorzieningen

8. Voorzieningen
Het verloop is als volgt weer te geven: saldo per 1-jan-2017   dotatie   onttrekking   vrijval   saldo per 31-dec-2017
  € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Persoonlijk budget levensfase 80   0   0   17   63
Jubileumverplichtingen 845   90   53   64   818
Groot onderhoud 696   150   4   114   728
Langdurig ziekteverzuim 1.544   698   1.027   369   846
ORT verplichting 1.568   0   844   556   168
Sloopkosten 770   0   55   0   715
Totaal voorzieningen 5.503   938   1.983   1.120   3.338

Toelichting in welke mate (het totaal van) de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd:                 saldo per 31-dec-2017
                   
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jr.)                 722
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jr.)                 2.148
hiervan > 5 jaar                 468

De voorziening persoonlijk budget levensfase heeft betrekking op de financiering van een specifiek overgangsrecht op grond van de verplichtingen uit de CAO van in de toekomst eenmalig uit te keren PBL-uren (maximaal 200 uur per medewerker naar rato van het dienstverband op moment van uitkering). De berekening is gebaseerd op de CAO-bepalingen, ingeschatte blijfkans van 80% en actuele salaris- en dienstverbandgegevens. De reservering van regulier jaarlijks toegekende en niet opgenomen PBL-uren en vakantiedagen is opgenomen onder ‘kortlopende schulden en overlopende passiva’ (persoonlijk budget levensfase).

De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband en is grotendeels langlopend. De berekening is gebaseerd op CAO-verplichtingen, blijfkans en leeftijden. Bij de bepaling van de voorziening zijn de volgende belangrijkste actuariële grondslagen gehanteerd:
• Disconteringsvoeten: 1,42%
• Gemiddelde salarisstijging 1,40%.

De voorziening groot onderhoud is gebaseerd op een meerjaren onderhoudsplan dat in 2016 is geactualiseerd door een externe partij. Het bevat alleen onderhoudsprojecten groter dan € 15.000.

De voorziening langdurig ziekteverzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurige ziekte. Dit betreft het volledige loon in het eerste ziektejaar, 70% doorbetaling in het tweede ziektejaar en een mogelijke transitievergoeding. De voorziening wordt berekend over medewerkers die langer dan drie maanden aaneengesloten ziek zijn. Voor de verwachte toekomstige salarisbetalingen wordt rekening gehouden met de hoogte van het salaris en de individuele herstelkans.

De voorziening ORT verplichting heeft betrekking op nabetaling van niet uitgekeerde onregelmatigheidstoeslag (ORT) tijdens vakantie over de jaren 2012 t/m 2015. Alleen de medewerkers die niet op het schikkingsvoorstel hebben gereageerd, zijn nog voorzien. De resterende betaling van de overige medewerkers staat onder de kortlopende schulden.

De voorziening sloopkosten is gevormd voor de ingeschatte sloopkosten van een aantal panden. Deze panden bevinden zich op grond welke in de toekomst wordt overgedragen. Deze grond dient vrij van bebouwing opgelevered te worden. De reservering stond voorheen onder de kortlopende schulden, maar wordt, omdat er nog geen verplichting is aangegaan, nu gepresenteerd onder de voorzieningen. De dotatie is gebaseerd op een offerte van een potentiële aannemer.

9. Langlopende schulden

9. Langlopende schulden
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑17   31‑dec‑16
              € 1.000   € 1.000
                   
Schulden aan kredietinstellingen             33.225   37.267
Achtergestelde leningen             75   75
                   
Totaal langlopende schulden             33.300   37.342
                   
                   
Het verloop is als volgt weer te geven:                  
                   
Stand per 1 januari             41.384   55.245
Bij: nieuwe leningen             0   75
Af: aflossing leningen             4.042   13.936
                   
Stand per 31 december             37.342   41.384
                   
Af: aflossingsverplichting komend boekjaar             4.042   4.042
                   
Stand langlopende schulden per 31 december             33.300   37.342
                   
                   
Toelichting in welke mate (het totaal van) de langlopende schulden als langlopend moeten worden beschouwd:                  
                   
Kortlopend deel van de langlopende schulden (< 1 jr.)             4.042   4.042
Langlopend deel van de langlopende schulden (> 1 jr.)             33.300   37.342
Hiervan langlopend (> 5 jaar)             18.807   21.274

De aflossingsverplichtingen voor het komende jaar zijn verantwoord onder de kortlopende schulden.

De achtergestelde langlopende lening betreft overname van een deelneming van de Vrienden van Vanboeijen. De achterstelling geldt ten opzichte van alle andere schuldeisers van de stichting en gedurende de volledige looptijd. De jaarlijks verschuldigde rente over de lening bedraagt 0%.

10. Kortlopende schulden en overlopende passiva

10. Kortlopende schulden en overlopende passiva
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑17   31‑dec‑16
              € 1.000    € 1.000 
                   
Crediteuren             1.905   1.509
Aflossingsverplichtingen langlopende leningen             4.042   4.042
Investeringskrediet nieuwbouw             2.000   0
Belastingen en sociale premies             2.758   2.269
Schulden terzake pensioenen             154   1.064
Nog te betalen salarissen             388   402
Vakantiegeld             1.841   1.815
Vakantiedagen             1.328   1.172
Persoonlijk Budget Levensfase             3.669   3.535
Rekening courant Vrienden van Vanboeijen             112   191
Rekening courant ouderinitiatieven             113   71
Rekening courant De Zijlen             78   25
Nog te betalen BTW             0   401
Vooruitontvangen bedragen             91   137
Verplichtingen i.v.m. reorganisatie 2016             118   1.098
Verplichtingen i.v.m. ORT-nabetaling             248   0
Nog te betalen kosten             842   628
                   
Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva             19.687   18.359

Onder de overlopende passiva zijn posten begrepen met een vermoedelijke resterende looptijd langer dan 1 jaar, namelijk vakantiedagen en persoonlijk levensfase budget.

Met de Rabobank is een investeringskrediet afgesproken met een maximum kredietruimte van € 3,6 mln. Hiervan is per 31-12-2017 € 2,0 mln benut. Er is een pandrecht met een omvang van € 2 mln afgegeven.

De boekwaarde van de kortlopende schulden benadert de reële waarde daarvan, gegeven de korte looptijd van de opgenomen posten.

Over de rekeningcourantverhoudingen wordt geen rente berekend.

De verplichting i.v.m. sloopkosten wordt vanaf 2017 gepresenteerd onder de voorzieningen.

6.5.3 Niet in balans opgenomen activa en verplichtingen

Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan ter zake van operationele leasing (inclusief huur). De operationele leasekosten worden lineair over de leaseperiode in de resultatenrekening verwerkt. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd:

                  € 1.000 
                   
Kortlopend deel ( < 1 jaar)                 2.928
Langlopend deel ( > 1 jaar < 5 jaar)                 6.231
Langlopend deel ( > 5 jaar)                 4.615
                  13.774

Het bedrag van huur en leasebetalingen dat is verwerkt als last in 2017, bedraagt € 3.160.000 (2016: € 3.330.000).

Met betrekking tot materiële vaste activa in uitvoering per ultimo 2017 is er sprake van een aangegane verplichting ter hoogte van € 4.352.000.

Inzake een vroegtijdige beëindiging van een huurovereenkomst is naast de afkoopsom een schadevergoeding afgesproken van € 1.000 per maand tot uiterlijk 1 januari 2020 zolang de appartementen nog gebruikt worden door Vanboeijen.

De liquide middelen staan voor een bedrag van € 22.000 (2016: € 138.000) niet ter vrije beschikking. Dit betreft gelden uit hoofde van door de bank afgegeven garanties.

Als gevolg van materiële controles door zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten op de gedeclareerde zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning kunnen correcties noodzakelijk zijn op de gedeclareerde productie. De effecten van materiële controles zijn vooralsnog onzeker. Vanboeijen heeft op basis van een risicoanalyse een zo nauwkeurig mogelijke inschatting gemaakt van de hieruit voortvloeiende risico's en verplichtingen. Daarbij is rekening gehouden met uitkomsten van interne en externe controles.

Waarborgfonds voor de zorgsector

De zorginstelling heeft in het kader van het WfZ-deelnemerschap een obligoverplichting richting het WfZ. Dit houdt in dat indien het eigen vermogen van het WfZ onvoldoende zou blijken om aan de garantieverplichtingen te voldoen en WfZ wordt aangesproken op zijn garantieverplichtingen, WfZ een beroep kan doen op financiële hulp van de deelnemers. Deze hulp wordt in dat geval geboden in de vorm van renteloze leningen aan het WfZ. De omvang van het obligo bedraagt maximaal 3% van de restantschuld van de geborgde leningen van de deelnemer. De omvang van dit obligo bedraagt ultimo 2017  €1.049.000.

 

 

 

Toelichting risico's van financiële instrumenten

Algemeen

Vanboeijen maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de stichting blootstelt aan kredietrisico, renterisico, kasstroomrisico en liquiditeitsrisico. Om deze risico's te beheersen hanteert de Raad van Bestuur richtlijnen in de vorm van een treasury statuut. Daarnaast is een meerjaren liquiditeits- en investeringsbegroting aanwezig welke is vastgesteld door de Raad van Bestuur en goedgekeurd door de Raad van Toezicht.

Kredietrisico

Vanboeijen loopt kredietrisico ad € 1.056.000 over de vorderingen van die uitstaan op balansdatum. Voor het afdekken van het kredietrisico is een voorziening opgenomen, die in aftrek is gebracht op de debiteuren.

Rente- en kasstroomrisico

Het beleid van de stichting is om haar financieringen volledig aan te trekken met vastrentende leningen, derhalve loopt de stichting geen renterisico over deze financiering. De stichting loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden en herfinanciering van bestaande financieringen. De stichting loopt met betrekking tot vast rentende leningen een reële waarde risico.

Liquiditeitsrisico

De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitbegrotingen. Het management ziet er op toe dat steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen van de stichting te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft zodat de stichting steeds binnen de gestelde lening convenanten kan blijven voldoen.

Mitigerende maatregelen

Er is een treasurystatuut waarin de beheersmaatregelen zijn verwoord, namelijk:

  • Het tijdelijk uitlenen van overtollige liquide middelen aan derden vereist een besluit van de Raad van Bestuur.
  • Voor het uitzetten van overtollige liquiditeiten wordt slechts zaken gedaan met banken of instituties die  beschikken over een A-plusrating in producten die beschikken over een hoofdsomgarantie.
  • Overtollige liquiditeiten worden gespreid over meerdere partijen.
  • De debiteurenpositie wordt nauwgezet gevolgd en bij overschrijding van de betalingstermijn worden passende incassomaatregelen genomen.

Toelichting op de reële waarde

De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, effecten, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.

6.5.4 Mutatieoverzicht vaste activa

Mutatieoverzicht materiële vaste activa

Mutatieoverzicht materiële vaste activa
    1)   2)   3)   4)   5)   Totaal
bedragen x € 1.000                        
                         
Aanschafwaarde   66.991   10.901   9.252   135   254   87.533
Cumulatieve afschrijvingen   ‑18.896   ‑3.652   ‑3.860   0   0   ‑26.408
                         
Boekwaarde per 1 januari 2017   48.095   7.249   5.392   135   254   61.125
                         
                         
Investeringen in lopende jaar                        
Investeringen   321   385   717   1.096   0   2.519
Afschrijvingen   ‑2.948   ‑753   ‑1.131   0   0   ‑4.832
Bijzondere waardervermindering   0   0   0   0   0   0
                        0
Terugname geheel afgeschreven activa                       0
Aanschafwaarde   ‑1.986   0   ‑649   0   0   ‑2.635
Cumulatieve afschrijvingen   1.986   0   649   0   0   2.635
                        0
Desinvesteringen                       0
Aanschafwaarde   ‑90   ‑10   ‑16   ‑706   0   ‑822
Cumulatieve afschrijvingen   34   4   7   0   0   45
                         
Mutaties in boekwaarde 2017   ‑2.683   ‑374   ‑423   390   0   ‑3.090
                         
                         
Aanschafwaarde   65.236   11.276   9.304   525   254   86.595
Cumulatieve afschrijvingen   ‑19.824   ‑4.401   ‑4.335   0   0   ‑28.560
                         
Boekwaarde per 31 december 2017   45.412   6.875   4.969   525   254   58.035
                         
Afschrijvingspercentage   0% -10%   6,7%   10% - 33,3%   0%   0%    

1) Bedrijfs-gebouwen en terreinen
2) Installaties
3) Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting
4) Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering
5) Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa

Mutatieoverzicht financiële vaste activa

Mutatieoverzicht financiële vaste activa
    Vordering compensatie-regeling IVA   Overige deelnemingen   Overige langlopende vorderingen   Totaal
bedragen x € 1.000                
                 
Aanschafwaarde   16.654   75   2.000   18.729
Cumulatieve afschrijvingen   ‑15.446   0   0   ‑15.446
                 
Boekwaarde per 1 januari 2017   1.208   75   2.000   3.283
                 
                 
Afschrijvingen   ‑1.208   0   0   ‑1.208
Herrubricering   0   0   ‑1.000   ‑1.000
                 
Mutaties in boekwaarde 2017   ‑1.208   0   ‑1.000   ‑2.208
                 
                 
Aanschafwaarde   16.654   75   1.000   17.729
Cumulatieve afschrijvingen   ‑16.654   0   0   ‑16.654
                 
Boekwaarde per 31 december 2017   0   75   1.000   1.075
                 
Afschrijvingspercentage   16,67%            
                 

6.5.5 Overzicht langlopende schulden

Overzicht langlopende schulden ultimo 2017

Overzicht langlopende schulden ultimo 2017
Leninggever Afsluit-datum Hoofdsom Looptijd Soort lening Zekerheden Rente Restschuld 31-12-2016
bedragen x € 1.000   jaren     %
               
BNG bank 16/jan/06  728   19  Banklening WfZ B01662 6,45% 307
BNG bank 19/aug/10  6.747   23  Banklening WfZ B00405 3,36% 4.694
BNG bank  1/aug/11  680   17  Banklening WfZ B01056 2,50% 480
BNG bank 12/dec/11  3.006   27  Banklening WfZ B02956 4,50% 2.382
BNG bank  1/jun/12  19.500   10  Banklening WfZ B02997 2,40% 10.725
BNG bank 30/nov/15  5.000   25  Banklening WfZ B03171 1,74% 4.800
Nationale Nederlanden 12/dec/11  6.293   25  Banklening WfZ B02956 3,91% 5.035
Nationale Nederlanden  8/jul/13  3.700   20  Banklening WfZ B03083 2,87% 3.145
Nationale Nederlanden 26/jan/15  5.000   25  Banklening WfZ B03170 1,37% 4.800
NWB bank 16/sep/10  3.233   19  Banklening WfZ B01050 2,80% 2.041
Rabobank 18/aug/14  5.800   7  Banklening geen 3,00% 2.900
Stichting Vrienden van Vanboeijen 15/jun/16  75   10  Onderhands geen 0,00% 75 
Totaal   59.762         41.384
               
               
Leninggever Nieuw in 2017 Aflossing 2017 Restschuld 31-12-2017 Restschuld over 5 jaar Resterende looptijd Wijze aflossing Aflossing 2018
bedragen x € 1.000 jaren  
               
BNG bank 0 39 268 73 7 lineair 39
BNG bank 0 294 4.400 2.930 15 lineair 294
BNG bank 0 40 440 240 11 lineair 40
BNG bank 0 113 2.269 1.704 20 lineair 113
BNG bank 0 1.950 8.775 0 4 lineair 1.950
BNG bank 0 200 4.600 3.600 23 lineair 200
Nationale Nederlanden 0 252 4.783 3.523 19 lineair 252
Nationale Nederlanden 0 185 2.960 2.035 16 lineair 185
Nationale Nederlanden 0 200 4.600 3.600 23 lineair 200
NWB bank 0 169 1.872 1.027 11 lineair 169
Rabobank 0 600 2.300 0 4 lineair 600
Stichting Vrienden van Vanboeijen 0 0 75 75 9 geen 0
Totaal 0 4.042 37.342 18.807     4.042

6.6 Toelichting op de resultatenrekening

6.6.1 Baten

11. Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning

11. Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning
De specificatie is als volgt:   2017   2016
    € 1.000   € 1.000
         
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten WLZ-zorg   79.817   79.122
Opbrengsten WMO   823   475
Opbrengsten jeugdwet   90   90
Persoonsgebonden budgetten   1.875   1.864
Zorgprestaties tussen instellingen   779   872
Eigen bijdragen cliënten   271   297
Overige zorgprestaties   911   956
         
Totaal   84.566   83.676
         
         
De specificatie van de WMO-opbrengsten is als volgt:   2017   2016
     
         
Gemeente Assen   776.002   424.328
Gemeente Tynaarlo   22.680   22.702
Gemeente Hoogeveen   7.775   10.201
Gemeente Meppel   3.454   4.277
Gemeente Midden Drenthe   1.610   0
Gemeente Aa en Hunze   10.860   4.827
Gemeente De Wolden   0   8.510
         
Totaal   822.381   474.845
         
De specificatie van de jeugdwet-opbrengsten is als volgt:   2017   2016
     
         
Gemeente Assen   42.936   29.531
Gemeente Tynaarlo   13.501   33.119
Gemeente Midden Drenthe   13.709   20.757
Gemeente Aa en Hunze   20.056   0
Gemeente Noordenveld   0   6.133
         
Totaal   90.202   89.540
         
         

12. Subsidies (exclusief WMO en Jeugdwet)

12. Subsidies (exclusief WMO en Jeugdwet)
    € 1.000   € 1.000
         
Rijkssubsidies van het Ministerie van VWS (waaronder opleidingsfonds)   199   307
         
         

13. Overige bedrijfsopbrengsten

13. Overige bedrijfsopbrengsten
    € 1.000   € 1.000
         
Overige dienstverlening:        
Opbrengst werk & dagbesteding   469   391
Overige opbrengsten   494   462
         
Totaal   963   853
         

De overige opbrengsten betreffen met name verhuur van ruimten (€ 276.000).

6.6.2 Lasten

14. Personeelskosten

14. Personeelskosten
De specificatie is als volgt:   2017   2016
    € 1.000   € 1.000
         
Lonen en salarissen   44.884   44.873
Sociale lasten   6.927   6.498
Pensioenpremies   3.506   3.515
Andere personeelskosten   1.858   1.472
         
Dotatie en onttrekking personeelsvoorzieningen   ‑2.142   2.274
     
Subtotaal   55.033   58.632
Personeel niet in loondienst   3.982   2.605
         
Totaal personeelskosten   59.015   61.237
         
Gemiddeld aantal personeelsleden in FTE's in boekjaar (excl. stagiaires)   1.116   1.101
   
Aantal personeelsleden dat buiten Nederland werkzaam is   0   0
         

Vanboeijen heeft voor haar werknemers een toegezegd-pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De regeling is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds PFZW. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door zijn financiële verplichtingen) dit toelaat. In december 2017 bedroeg de dekkingsgraad 101,1%. Het vereiste niveau van de dekkingsgraad is 124%. Het pensioenfonds verwacht volgens het herstelplan binnen 10 jaar (eind 2026) hieraan te kunnen voldoen en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen door te voeren. Vanboeijen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.

15. Afschrijvingen vaste activa

15. Afschrijvingen vaste activa
De specificatie is als volgt:   2017   2016
    € 1.000   € 1.000
         
Afschrijvingslasten materiële vaste activa   4.891   5.343
Afschrijvingslasten financiële vaste activa   1.208   1.208
         
Totaal afschrijvingen   6.099   6.551
         

16. Bijzondere waardeverminderingen vaste activa

16. Bijzondere waardeverminderingen vaste activa
De specificatie is als volgt:   2017   2016
    € 1.000   € 1.000
         
Bijzondere waardeverminderingen materiële vaste activa   0   308
         
Totaal bijzondere waardeverminderingen   0   308
         

17. Overige bedrijfskosten

17. Overige bedrijfskosten
De specificatie is als volgt:   2017   2016
    € 1.000   € 1.000
         
Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten   4.713   4.318
Algemene kosten   4.988   4.910
Patiënt- en bewonersgebonden kosten   2.781   2.669
         
Onderhoud en energiekosten:        
- Onderhoud   2.341   2.646
- Energiekosten gas   822   765
- Energiekosten stroom   574   610
- Energie overig   88   87
Subtotaal   3.825   4.108
         
Huur en leasing   2.514   2.630
Dotatie en vrijval voorzieningen (excl. personeelsvoorzieningen)   150   149
         
Totaal overige bedrijfskosten   18.971   18.784
         

18. Financiële baten en lasten

18. Financiële baten en lasten
De specificatie is als volgt:   2017   2016
    € 1.000   € 1.000
         
Rentelasten langlopende leningen   1.108   1.479
Overige rentelasten   19   22
Rentebaten rekening courant   ‑25   ‑28
         
Totaal financiële baten en lasten   1.102   1.473
         

6.6.3 Overig

19. Honoraria accountant

19. Honoraria accountant
De honoraria van de accountant zijn als volgt:   2017   2016
     
         
Controle van de jaarrekening (incl. nacalculatie)   73.000   48.000
Overige controlewerkzaamheden (w.o. regeling AO/IC en verklaring loonsubsidie)   14.000   12.000
Fiscale advisering   0   0
Niet-controlediensten   0   0
         
Totaal honoraria accountant   87.000   60.000

De honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening zijn gebaseerd op het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft en inclusief BTW, ongeacht of de werkzaamheden door de accountant reeds gedurende dat boekjaar zijn verricht.

20. Transacties met verbonden partijen

20. Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.

Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

21. Gebeurtenissen na balansdatum

21. Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum bekend welke ingrijpende financiële gevolgen hebben voor de stichting.

22. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

22. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur (en overige topfunctionarissen) over het jaar 2017 is als volgt:

Naam J.M. Imhof        
Functiegegevens Bestuurder        
Aanvang en einde functievervulling in 2017 1/1 - 31/12        
Deeltijdfactor (fte) 1,0        
Gewezen topfunctionaris? nee        
(Fictieve) dienstbetrekking? nee        
           
Individueel WNT-maximum 166.000        
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 154.926        
Beloningen betaalbaar op termijn 11.074        
Subtotaal 166.000        
-/- Onverschuldigd betaald bedrag 0        
Totale bezoldiging 166.000        
           
Gegevens 2016          
Aanvang en einde functievervulling in 2016 1/4 - 31/12        
Omvang dienstverband 2016 (in fte) 1,0        
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 109.137        
Belastbare onkostenvergoedingen 0        
Beloningen betaalbaar op termijn 8.098        
Totale bezoldiging 2016 117.235        
           

De bezoldiging van de leden van de Raad van Toezicht over het jaar 2017 is als volgt:

Naam J.S. Reinders E.H.J. Uitenhuis H.F. Schoep J. Schaart W.S. Beernink
Functiegegevens voorzitter RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2017 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
           
Beloning (excl. btw) 19.920 13.280 13.280 13.280 13.280
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 24.900 16.600 16.600 16.600 16.600
-/- Onverschuldigd betaald bedrag 0 0 0 0 0
Totaal bezoldiging 19.920 13.280 13.280 13.280 13.280
           
Gegevens 2016          
Aanvang en einde functievervulling in 2016 1/4 - 31/12 1/4 - 31/12 1/4 - 31/12 - -
Beloning (excl. btw) 18.563 12.375 12.375 0 0
Beloningen betaalbaar op termijn 0 0 0 0 0
Totale bezoldiging 2016 18.563 12.375 12.375 0 0
           

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2017 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

 

23. Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

23. Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

De Raad van Bestuur van Stichting Vanboeijen, statutair gevestigd te Assen, heeft de jaarrekening 2017 vastgesteld in de vergadering van 11 april 2018.

De Raad van Toezicht van de Stichting Vanboeijen heeft de jaarrekening goedgekeurd in de vergadering van 11 april 2018.

Ondertekening door bestuurders en toezichthouders        
         
         
         
         
WG     WG  
         
       
Drs. J.M. Imhof     Prof. dr. J.S. Reinders  
Bestuurder     Voorzitter Raad van Toezicht  
         
         
         
         
WG     WG  
         
     
Drs. H.F. Schoep     Drs. J. Schaart MHA  
Lid Raad van Toezicht     Lid Raad van Toezicht  
         
         
         
         
WG     WG  
         
     
E.H.J. Uitentuis MHA     Dr. L. Kater MBA  
Lid Raad van Toezicht     Lid Raad van Toezicht  
         
         
         
         
WG        
         
         
Dr. E.J. Finnema        
Lid Raad van Toezicht